De vreemde beeldsnelheid van 29,97 bestaat omdat kleurentelevisie moest passen naast een signaal dat voor zwart-wit was ontworpen. De kleurinformatie toevoegen dreigde het geluid te storen, en de oplossing was de beeldsnelheid een tiende procent te verlagen zodat de twee niet meer botsten.
Het compromis werkte en liet een getal achter dat niet in een seconde opgaat. Elk tijdcodeprobleem in de omroepwereld komt daaruit voort.
Wat zijn de standaardsnelheden?
Vooral regionale geschiedenis, en ze worden allemaal nog gebruikt.
| Snelheid | Waar hij vandaan komt |
|---|---|
| 24 | film |
| 25 | Europese televisie (PAL) |
| 29,97 | kleurentelevisie (NTSC) |
| 30 | vroege televisie, en modern digitaal |
| 50 en 60 | sport en snelle beweging |
| 120 en hoger | opnames voor slow motion |
De Europese snelheid is 25 omdat het stroomnet op 50 hertz loopt, en de Amerikaanse begon op 30 omdat het net daar op 60 loopt. Vroege toestellen synchroniseerden op de netfrequentie, dus de stroomvoorziening bepaalde de beeldsnelheid. Nederland zond daarom op 25 beelden uit, en Nederlandse omroepen doen dat nog steeds.
Film bleef op 24 als laagste snelheid die het geluid acceptabel droeg, en daarom heeft film de beweging die het heeft. Hogere snelheden ogen vloeiender en voor veel kijkers minder filmisch.
Wat is drop-frame-tijdcode?
Een telconventie, en hij slaat nummers over, geen beelden. Bij 29,97 beelden per seconde loopt tijdcode die telt alsof het er 30 zijn elk uur zo’n 3,6 seconden achter op een echte klok: na een echt uur staat de teller op 59:56,4.
Drop-frame herstelt de telling door aan het begin van elke minuut twee beeldnummers over te slaan, behalve elke tiende minuut. Dat zijn 108 overgeslagen nummers per uur, precies de 3,6 seconden afwijking.
Er gaan geen beelden verloren. Alle beelden zijn er; alleen de labels springen, zodat een tijdcode van een uur overeenkomt met een uur op de klok. Voor televisie, waar een programma een zendblok precies moet vullen, doet dat ertoe.
Wanneer gebruik je non-drop?
Als beelden tellen belangrijker is dan kloktijd. Non-drop-tijdcode nummert elk beeld opeenvolgend, wat rekenen met beeldnummers eenvoudig maakt en de tijdcode van de echte tijd laat weglopen.
Voor montage, effecten en alles wat in beelden wordt gemeten is dat het handigere gedrag. Voor aflevering aan een omroep meestal niet, en de afleverspecificatie zegt wat er gevraagd wordt.
Je ziet het verschil: drop-frame-tijdcode wordt volgens afspraak met puntkomma’s tussen de delen geschreven, non-drop met dubbele punten. Ze in één project mengen is een betrouwbare bron van clips die een paar seconden verschoven lijken.
Wat gebeurt er als snelheden gemengd worden?
Er moet iets wijken. 24 beelden omzetten naar een stroom van 30 gebeurde van oudsher door velden in een vast patroon te herhalen, vier beelden verdeeld over vijf, wat werkt en een lichte hapering in beweging geeft.
Slow motion is hetzelfde probleem, bewust ingezet. Beeld opgenomen op 120 en afgespeeld op 24 loopt op een vijfde van de snelheid met elk beeld intact, en daarom oogt opnemen op hoge snelheid vloeiend waar normaal beeld vertragen dat niet doet.
Alles wat de snelheid achteraf verandert, moet beelden verdubbelen, laten vallen of nieuwe verzinnen. Alle drie zie je bij snelle beweging, en daarom loont het om de snelheid bij de opname al af te stemmen.
Doet dit er buiten de omroep toe?
Voor alles wat op muziek of op een duur wordt gemonteerd wel. Een reeks die op de tel moet vallen of een blok precies moet vullen, wordt in beelden gemeten, en een beeld op 24 duurt anders dan een beeld op 30.
Het doet er ook toe bij alles met ingebrande tijdcode of een afleverspecificatie. Die leggen een snelheid en een tijdcodeconventie vast, en een bestand dat die negeert wordt afgekeurd, niet gecorrigeerd.
Voor een video die alleen ooit op een telefoon wordt bekeken, geldt er niets van. Kies een snelheid, houd hem aan, en de vraag verdwijnt.
Waarom hangt de sluiter aan de snelheid?
Omdat de belichtingstijd wordt uitgedrukt als deel van het beeld. De afspraak van een sluiter van 180 graden betekent dat elk beeld de helft van zijn duur belicht wordt, wat op 24 beelden per seconde een vijftigste seconde is en film zijn vertrouwde hoeveelheid bewegingsonscherpte geeft.
Verander de snelheid en de bijpassende sluitertijd verandert mee. Opnemen op 50 beelden per seconde volgens dezelfde afspraak vraagt een honderdste seconde, een stop minder licht, en daarom hebben hoge beeldsnelheden lichtere scènes nodig.
Van de afspraak afwijken is een bewuste stijl en geen fout. Een heel snelle sluiter geeft de haperende, hypergedetailleerde beweging uit actiescènes, en een trage laat beweging uitsmeren.
Vragen die mensen stellen
Bestaat 23,976 ook? Ja, en om dezelfde reden: het is 24, met hetzelfde tiende procent verlaagd om naast de kleurstandaard te passen.
Is 30 hetzelfde als 29,97? Nee, en ze als uitwisselbaar behandelen is waar de afwijking vandaan komt.
Betekent een hogere snelheid een groter bestand? Meestal wel, want er zijn meer beelden om te coderen. Het artikel over bitrate legt uit wat de grootte echt bepaalt.
Waarom hapert mijn export? Ergens in de keten zit een omzetting van snelheid, meestal van 24 naar 30.
Kan ik de snelheid later nog veranderen? Ja, en elke methode heeft een zichtbare prijs bij beweging.
Werk in beelden en zet daarna om. De framerate-calculator rekent duur en aantallen beelden om tussen snelheden, en zet tijdcode om in beelden en terug, met de drop-frame-conventie erbij: dezelfde deling van de andere kant gelezen.