Een aflossingsschema lezen

De maandlast is het getal waar iedereen naar vraagt en het minst informatieve getal op de pagina. Het zegt wat je rekening verlaat; het zegt niets over waar het heen gaat. Daar is het schema voor, en je hebt maar twaalf regels nodig om de vorm van het geheel te zien.

Neem een lening van € 405.000 over 30 jaar tegen 4,1%. De termijn is ongeveer € 1.957. In maand één is € 1.384 daarvan rente en € 573 aflossing. Je betaalt € 1.957 en bezit € 573 meer van je huis. Geen truc; zo ziet een vaste termijn tegen een groot saldo er nu eenmaal uit.

Het omslagpunt

Elke maand daalt het saldo iets, dus daalt de renteberekening iets, dus gaat van dezelfde termijn iets meer naar aflossing. Ergens kruist de lijn — meer aflossing dan rente in één termijn. Bij lagere rentes eerder, bij hogere later.

Daarom is een extra aflossing vroeg meer waard dan meerdere late: geld dat het saldo in jaar twee verlaagt, haalt de rente weg die het de resterende 28 jaar had opgeleverd. Hetzelfde geld in jaar 25 haalt vijf jaar rente weg. Het schema maakt dat zichtbaar op een manier die de maandlast nooit kan.

Waar je op let in de eerste twaalf regels

Drie dingen. Het renteaandeel van de eerste termijn vertelt wat de lening kost zolang het saldo nog heel is. De groei van de aflossing van maand op maand vertelt hoe snel dat verbetert. En de restschuld na twaalf termijnen, vergeleken met wat je dat jaar betaalde, vertelt de echte kosten van het eerste jaar — een getal dat je wilt kennen vóór je tekent.